Een proefje uit mijn bergleven

It's better in the mountains

De afgelopen maanden woon ik in een van de hoogste bewoonde bergdorpen van Europa – in de Noordelijke Italiaanse Alpen (op 2057 meter boven zeelevel – Cuneaz – ligt gelegen op een wel HELE bijzondere en unieke plek. Het is voor mij best bizar en grappig als je bedenkt dat ik ben geboren in een van de laagste landen ter aarde – Nederland (6,75 beneden zeelevel).

Cuneaz is een klein dorpje met maar vijf inwoneer, waaronder ik. Alles valt hier terug naar het primaire en simpele leven. Naast dat ik hier woon, werk ik hier ook als chalet host in een van de mooiste chalets die je waarschijnlijk ooit hebt gezien. Hier kan ik genieten van het simpele, stille en heerlijke snowboard- en berg leven. Ben je benieuwd hoe dat is? Neem dan een kijkje in mijn huidig leventje.

Ik word rustig wakker en kijk om heen. Ik zie een kat naast me op bed liggen die ik hier 3 maanden geleden heb ontmoet – ik zie een paar houten balken boven me en recht voor me zie ik door mijn kleine raampje weer een werkelijk schilderij: een pak laag witte sneeuw op de prachtige zuidhelling van de Matterhorn – besneeuwde dennenbomen – een paar ondergesneeuwde kleine chalets – een acryl geschilderde lucht en een heerlijk zonnetje wat weer sterk straalt. Ik loop mijn kleine romantische chalet uit – hoor het beekje stromen – de vogeltjes fluiten en de kat miauwen. Ik stap vervolgens in een stuk groter chalet – een oud gerestaureerd huis – dat nog mooier is dan het huis uit je dromen en tevens mijn werkplek van de afgelopen vier maanden.
Ik start met het ontbijt; ik dek de tafel – zet wat koffie en thee – pak de huisgemaakte broden uit de broodmachine – snijd wat verse lokale kazen en langzaamaan stroomt de eikenhouten tafel vol met de gasten van deze week.
Nadat de gasten zijn vertrokken ruim ik het ontbijt weer af – maak ik het chalet weer schoon – drink ik zelf ook nog een kopje koffie of thee en ga ik lekker ontbijten op het balkon in de heerlijke zon.
Behalve de natuurgeluiden – een vliegje – de wind door de bomen – het smeltende ijs, hoor je werkelijk waar niets om je heen.
Tijd voor wat boodschappen en een bezoekje aan de kapper – dat moet wel snel want ze hebben hier nog altijd siesta in Italie. Die gekke Italianen..
Ik kleed me aan – pak mijn snowboard – en snowboard vervolgens naar beneden. De enige manier om in het ‘grote’ dorp beneden te komen. Ik doe wat boodschappen in het kleine supermarkje en ga daarna meteen door naar de kapper. Toch een gek gevoel – om volledig in je snowboardkleren in een kappersstoel te zitten. Eenmaal klaar bij de kapper, gaat mijn helm weer op mijn net gekipte haar – snowboardjas weer aan en met een volle backpack met boodschappen op mijn rug stap ik weer in de skilift.
Na twee skiliften is het tijd voor de afdaling terug naar huis – ook de enige manier om weer bij het chalet te geraken tenzij je graag flink wilt hiken. Voorzichtig board ik weer naar beneden – om zo geen flessen wijn te breken die ik zojuist voor de gasten heb gekocht – en geniet ik van de vrij lege piste.
Eenmaal terug is het me-time en besluit ik om te gaan boarden. Een paar uur plezier door de drie rotsachtige dalen van Valle D’Aosta – een lekkere Italiaanse of Nepalese lunchen (vanwege de vele Tibetaanse sferen hier) en meer spierpijn kweken zijn het resultaat.
Rond een uurtje of 5 is het weer tijd om het diner voor te bereiden. We worden ondertussen door de gasten gebeld of we ze kunnen ophalen met de sneeuwscooter aangezien ze de laatste lift hebben gemist. Ik ben niet zo’n held met de sneeuwscooter – hoe stoer ik me ook voel als ik op dat ding zit (want ja, wie heeft er nou een eigen sneeuwscooter?) – in werkelijkheid klopt mn hart drie keer zo snel en heb ik trillende handjes wanneer ik weer van die berg af race. Dit laat ik dan ook liever over aan mijn stoere knul.
Nadat hij de gasten heeft opgehaald en daarmee ook eventuele boodschappen en linnengoed – begint hij vervolgens met koken en dek ik ondertussen de tafel en beantwoord ik nog wat mailtjes.
Om 7 uur begint het diner en eten de gasten een smakelijk 3 gangen diner dat door ons is voorbereid. Het is voor ons dan even hard werken maar na een paar uur kunnen wij ook wat eten en weer genieten van onze avond. Soms kletsen we nog wat met de gasten, maar meestal gaan we weer terug naar ons minichaletje. Eerst douche ik nog even onder de hemelse regendouche van puur bronwater en duik ik weer in het klein maar fijn bed. Er zit weer een dag op van een rustig – vredig en ook hardwerkend bestaan.

 

logo-live-the-travel-resize

Fotografie & content:
Live the travel / Silke Peulen

You may also like

Leave a comment